Spring naar de content

Staat jouw vraag hierbij

Ja hoor, je mag bellen. Er is een telefoon bij elk bed. Je kunt je papa of mama vragen of je daarmee mag bellen. Hiervoor worden wel kosten gemaakt. Heb je al een eigen mobieltje? Dan mag je ook daarmee bellen.

Papa's en mama's mogen alleen niet bellen met hun mobiele telefoon op de couveuse-unit. Hierdoor kan namelijk het apparatuur gaan storen en we willen ook veel rust voor de babietjes!

Natuuuuuurlijk! Bij je eigen bed hangt een soort computer, we noemen dit de bedside-terminal. Hierop kun je televisie kijken of internetten. Alleen kan het zijn dat de verpleegkundige deze bedside-terminal ook even nodig heeft. Nu maar hopen dat dit niet net onder een mooie televisieserie is....

Op de speelkamer hebben we een WII, een playstation en een ‘gewone’ computer, zodat je gezellig kunt MSN-en of Hyve-sen. Bernie, onze gele huisvogel, heeft ook een Hyves-account (ja, zo heet dat dan, een account). Zit je op Hyves, word dan snel vriend van Bernie. De wat oudere kinderen zitten misschien al op Twitter. Daar is Bernie ook te vinden.

Hyves:

http://berniebernhoven.hyves.nl/

Twitter:

http://twitter.com/#!/berniebernhoven

 

In de lounge vind je een tafel met een ingebouwde I-pad, geschonken door Kiwanis. Gaaf hè!

Als je ziek bent en weg van huis kun je je ouders erg missen. Je ouders mogen de hele dag op bezoek komen en één van je ouders (twee wordt een beetje druk) mag ook naast jou blijven slapen op een slaapbank of een stretcher als je op de driepersoonskamer. ’s Morgens wordt het bed weer opgeklapt en in een hoek gezet. Als één van je ouders blijft slapen noemen we dat rooming in.

De verpleegkundige dragen een witte broek van het ziekenhuis met daarop een blauw T-shirt. De dokter draagt meestal een lange witte jas van het ziekenhuis met daaronder zijn/haar gewone kleren. Zie jij verder nog verschillen?

Het eerste wat de kinderartsen doen: met de andere dokters overleggen over de patiënten. Over jou dus ook. Daarna gaan de dokters visite lopen. Dan komen ze niet op de thee, maar gaan ze samen met een verpleegkundige praten over hoe het met je gaat en wat er verder moet gebeuren. Moet je nog een keer onderzocht worden of moet je ergens voor behandeld worden, dat bespreken ze dan. Dat doen ze voor de kinderen die in het ziekenhuis liggen, die daar dus slapen. Aan het einde van de dag gaan ze dan weer praten met de andere dokters die ’s avonds of ’s nachts in het ziekenhuis blijven. Zo van: let een beetje daar en daar op. Als er dan speciale dingen zijn, dan gaan de avond- en nachtdokters daar extra goed naar kijken. Soms komt er ineens een heel ziek kindje naar het ziekenhuis. Dat gaat voor! Dus dan gaat de dokter meteen naar het zieke kind toe om hem of haar na te kijken en beter te maken. Ook werkt de kinderarts op de polikliniek. Er is veel werk te doen, dus er zijn altijd meer kinderartsen aan het werk in het ziekenhuis, zowel op de polikliniek als op de kinderafdeling.

Wat je de hele dag doet als je opgenomen bent, is afhankelijk van hoe ziek je bent. Maar als je wat fitter bent en je hebt geen koorts, kun je je vermaken op de speel- en hobbykamer op de Kinder- en jongerenafdeling. Op de speel- en hobbykamer is altijd een pedagogisch medewerker aanwezig. Zij vertelt je wat je allemaal kan doen, zoals gamen, knutselen, spelletjes spelen of gewoon gezellig kletsen. Afleiding genoeg, zodat je niet de hele dag aan ziek zijn hoeft te denken. Alleen kinderen die opgenomen zijn op de kinder- en jongerenafdeling mogen naar de speelkamer toe, dus geen broers, zussen of papa's en mama's.

Als je op je kamer moet blijven dan heb je bij je bed een bedsideterminal. Dit is een televisie en computer in één. Gaaf hè!

De dokter luistert met de stethoscoop meestal op je borst en op je rug. Je hart en je longen maken van binnen heel veel lawaai. Dat hoor je zelf natuurlijk niet en andere mensen horen het ook niet, maar met een stethoscoop kun je dat heel goed horen. De dokter hoort precies of je hart rustig klopt en of de lucht die je inademt overal in de longen komt. De dokter vraagt ook meestal aan je of je even diep wilt inademen, dan kan hij het nog beter horen. Enne...natuurlijk moet je niet praten als de dokter naar je hart en longen luistert, want dat hoort hij dan heel hard door zijn stethoscoop.

Als je bloed geprikt is gaat het in verschillende buisjes. Deze buisjes gaan naar het laboratorium. De laborant – je leest bij wie werken er hier allemaal wat dat is – gaat er dan naar kijken. Er zijn buisjes waar het bloed even in moet rusten (ja, ook bloed moet weleens rusten). Er zijn ook buisjes waar al een beetje speciale vloeistof in zit. Als het bloed er dan bij gaat kan de laborant zien of er voedingsstoffen in het bloed zitten, bijvoorbeeld zout en suiker. Maar hij kijkt ook of er bacteriën in je bloed zitten.

Nee, in het ziekenhuis is geen school. Maar ja, als je langer in het ziekenhuis ligt, of je moet er best vaak heen, dan is het wel fijn als je van je eigen juffrouw of meester op school wat huiswerk krijgt om te maken. Want op een dag ga je toch weer naar school en anders moet je zo veel inhalen.

Het kan ook voorkomen dat je al een poosje in het ziekenhuis ligt en nog een tijdje moet blijven. Soms vindt de dokter het belangrijk dat je dan toch naar school gaat en na school weer terugkomt naar het ziekenhuis. Natuurlijk krijg je dan wat lekkers mee voor school! Dat kan allemaal!

De narcose duurt net zo lang als de chirurg (operatiedokter) nodig heeft om je te opereren. De ene keer is dat een half uurtje, bij sommige operaties duurt het een paar uur. De anesthesist (slaapdokter) geeft je steeds een beetje slaapmiddel zodat je blijft slapen. Pas als de chirurg klaar is stopt de anesthesist met het slaapmiddel. Dan krijg je zuurstof (frisse lucht) om je weer wakker te maken. Daarna ga je naar de uitslaapkamer om op je gemakje wakker te worden. Je papa of mama zit dan bij je bed. Dus je bent niet alleen als je wakker wordt, papa of mama is bij jou!

Ja, je vader of moeder mag mee naar de operatiekamer en blijft ook bij je tot je onder narcose bent. Daarna wacht je vader of moeder buiten de operatieafdeling, maar dat weet jij dan niet meer, omdat je dan al lekker ligt te slapen. Als de operatie klaar is, komt papa of mama weer snel naar je toe. Als je dan wakker wordt op de ‘uitslaapkamer’ is je vader of moeder weer bij je. Je merkt niet eens dat ze even zijn weggeweest!

Als je niet van de kamer mag omdat je ziek bent door een virus of bacterie en je moet plassen of poepen dan doe je dat op de kamer zelf. Alle kamers hebben een eigen wc waarop je kan plassen of poepen.

Kun je niet uit bed? Dan plassen en poepen de meisjes op een po (soort bak waar je in bed op gaat zitten) of je wordt opgetild en op de po-stoel (dit is zeg maar een stoel met een wc erin, die zetten we dan gewoon naast je bed) gezet. Jongens plassen in een plasfles. Maar poepen moeten jongens ook op een po of po-stoel. 

Na de basisschool, moet je VWO doen (duurt 6 jaar). Daarna ga je geneeskunde (zeg maar ‘dokter worden’) studeren aan de universiteit (duurt óók 6 jaar). Om kinderarts te worden moet je nóg eens 5 jaar studeren, maar dan ben je ook echt kinderarts. Je moet dus wel heeeeel lang heeeeeel hard leren!

Na de basisschool moet je naar de HAVO (5 jaar) of het VWO (6 jaar). Als je dat hebt gedaan, dan ga je naar het HBO (Hoger BeroepsOnderwijs) Verpleegkunde. Daar doe je een opleiding die 4 jaar duurt. Dan zit je niet alleen op school, maar loop je ook stage in het ziekenhuis. Stage lopen betekent dat je in het echt dingen gaat leren, bijvoorbeeld iemand wassen, een wond verzorgen, een inenting (prik) geven. Als je deze opleiding klaar hebt, moet je nóg eens twee jaar naar school en stage lopen op de kinderafdeling en dan ben je kinderverpleegkundige.

Allereerst: wat zijn dat, brusjes? Brusjes is één woord voor BRoertjes en zUSJES. Als je als broertje of zusje een nieuw babybroertje of -zusje krijgt en de baby ligt meteen in de couveuse, dan is dat best gek. Want dan is eindelijk de baby er, maar mag je er niet mee spelen en mag je er ook niet zomaar aankomen. De brusjeskoffer is speciaal voor die broertjes en zusjes. Er zitten allemaal dingen in die met de nieuwe baby te maken hebben. Er zit ook een baby’tje in. Ja, geen echte natuurlijk, maar een babypop. Met de spulletjes in de koffer kun je vast een beetje spelen tot je echte broertje of zusje naar huis komt. Er zitten ook spullen voor papa en mama in. Want die weten natuurlijk wel wat ze er zelf van vinden dat het nieuwe baby’tje nog niet naar huis kan, maar niet wat JIJ ervan vindt. Er zitten bijvoorbeeld voorlees-/prentenboekjes in, die je samen met papa en mama kunt lezen. Je mag de brusjeskoffer lenen van de afdeling. Voordat de baby naar huis gaat, moet je het koffertje weer terug geven. Maar sommige spulletjes mag je houden. Welke dat zijn, dat lees je in de brief die erbij zit.