Spring naar de content

Wetgeving

WGBO (rechten voor kind en ouders):

De overheid beschermt de positie van de patiënt met wetten. In het normale dagelijkse leven zijn de ouders de wettelijke vertegenwoordigers van het kind dat nog geen 18 jaar is. Dit betekent dat een kind tot die leeftijd onder het gezag van de ouders staat en dat de ouders voor het kind beslissen. Dat ligt anders wanneer het gaat om medische zorg. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) onderscheidt drie leeftijdscategorieën en regelt voor elke categorie afzonderlijk de medische rechten van het kind en die van de ouders:

  • kinderen tot 12 jaar
  • kinderen van 12 tot 16 jaar
  • jongeren vanaf 16 jaar

Voor iedere groep gelden aparte regels, namelijk wie toestemming voor een onderzoek of behandeling moet geven: de ouders of het kind; wie van hen er recht op heeft de informatie te krijgen die nodig is om toestemming te kunnen geven; wie van hen het medisch dossier mag. inzien

Kinderen tot 12 jaar vallen volledig onder de zeggenschap van de ouders. Samengevat leidt dit tot de volgende regels:

  • het zijn de ouders die een behandelingsovereenkomst met de behandelaar aangaan en die toestemming moeten geven;
  • het kind moet zoveel mogelijk worden betrokken bij de beslissingen die worden genomen; 
  • de ouders dienen te worden geïnformeerd; 
  • het kind moet ook worden geïnformeerd, waarbij de informatie op het bevattingsvermogen van het kind moet zijn afgestemd; 
  • de ouders hebben het recht het medisch dossier in te zien, de kinderen niet. Als de ouders dat willen, kunnen zij het dossier, of een gedeelte daarvan, met het kind doornemen.

Bijzondere situaties
Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels:

  • wanneer ouders hun kind een bepaalde behandeling willen laten ondergaan, kan de hulpverlener besluiten aan deze wens geen gevolg te geven als hij van mening is dat de behandeling niet in het belang van het kind is. Om dezelfde reden kan hij ook weigeren de ouders het medisch dossier te laten inzien;
  • soms weigeren ouders hun toestemming te geven voor een bepaalde behandeling. Zij willen bijvoorbeeld niet dat hun kind een bloedtransfusie krijgt, vaak om religieuze redenen. Die weigering kan het leven van het kind in gevaar brengen. De hulpverlener mag dan de behandeling niet zonder meer uitvoeren. Wel kan hij de rechter vragen tijdelijk het gezag van de ouders over het kind te beperken om de behandeling toch mogelijk te maken; 
  • wanneer ouders en hulpverleners een behandeling nodig vinden, kan het kind tot 12 jaar deze niet weigeren. Wel kan een hulpverlener bij wijze van uitzondering gevolg geven aan de wens van het kind om een bepaalde behandeling niet te ondergaan. Hij moet er dan van overtuigd zijn dat het kind in staat is zelf te beslissen. Zo'n situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen met een kind dat langdurig ernstig ziek is en dat uit ervaring weet hoe belastend de behandeling is; 
  • de hulpverlener mag altijd zonder de toestemming van de ouders handelen in acute situaties, wanneer hij direct moet ingrijpen om nadelige gevolgen voor het kind te voorkomen.

Voor de regels betreffende de leeftijdscategorie 12-16 jaar en vanaf 16 jaar kunt u hier meer informatie lezen.

Privacywet

De persoonlijke levenssfeer dienst zoveel mogelijk te worden gerespecteerd. Onderzoek en behandeling vindt bij voorkeur plaats in een rustige ruimte. Ook moeten u en uw kind vertrouwelijk met een hulpverlener kunnen spreken zonder dat anderen meeluisteren.
De medische en administratieve gegevens van uw kind worden zorgvuldig behandeld. het is niet de bedoeling dat onbevoegde deze gegevens kunnen inzien. Het ziekenhuis heeft daarvoor regels in een privacyreglement opgenomen. Dit reglement ligt ter inzage bij de receptie van het ziekenhuis. In het privacyreglement is onder andere geregeld dat u de gegevens kunt inzien die over uw kind zijn vastgelegd en dat u daarin voorkomende fouten kunt herstellen (dat geldt alleen als uw kind jonger is dan 16 jaar. Anders heeft u daarvoor zijn  of haar toestemming nodig).